Engelanderholt 3 C
7361 CZ Beekbergen
Tel: +31 (0)55 - 542 31 47

 Twee opdrachten uit Limburg

Restauratie Atelier Sterken BV gaat de archieven van het Bisdom Roermond en van het Regionaal Historisch Centrum Limburg restaureren. Deze restauraties worden mede mogelijk gemaakt door subsidies van het Bureau Metamorfoze.

De projecten die aan ons zijn toegekend zijn :
1)Regionaal Historisch Centrum Limburg: Bestuurlijk en oud-rechterlijk archief Maastricht (1314-1579)
2) Bisdom Roermond: Oud-archief Bisdom Roermond (1559-1801)

 

Restauratie archief Bisdom

1) Filmklaar maken

· Er mogen bij het verfilmen geen stukken papier verdwijnen. Zwakke plekken worden voorafgaande aan de verfilming “droog” verstevigd met Japans restauratiepapier.
· Significante scheuren worden hersteld.
· Ezelsoren worden recht gevouwen.
· Metalen, zoals nietjes en dergelijke, worden verwijderd.
· Enkel stukken die dusdanig zwaar zijn aangetast dat droog restaureren geen optie is, krijgen een waterige behandeling.
· Indien er inktvraat in de stukken zit wordt dat tijdens de waterige behandeling meteen behandeld middels een phytaat behandeling en de zure stukken (PH < 5,5) worden gelijk nat ontzuurd.

2) Autonome verval vertragen

· Alleen de zwaarst beschadigde stukken die te zwak zijn om te verfilmen krijgen een waterige behandeling, waarbij ze in verschillende baden worden aangevezeld, ontzuurd en een phytaat behandeling krijgen.
· De overige stukken worden enkel ontzuurd indien de PH die gemeten is een waarde aangeeft die onder de 5,5 ligt. Het ontzuren gebeurt middels de niet-waterige bookkeeper methode. Dit zorgt voor een neutraliserend effect en een buffer, waardoor de levensduur van het document met een factor 5 wordt verlengd.
· Om de zuurgraad vast te stellen zijn er door ons +/- 150 ph - monsters genomen.
· Metamorfoze geeft aan zo min mogelijk waterige behandelingen toe te passen. Alleen de zwaarst beschadigde stukken krijgen dat. Het ontzuren kan middels de droge methode uitgevoerd worden. Voor de inktvraat behandeling geldt dit nog niet. Met de inktvraat behandeling wordt daarom gewacht tot er een droge methode voorhanden is waarbij je de stukken niet-waterig en plaatselijk kunt behandelen. Deze methode komt er waarschijnlijk in de loop van dit jaar.

Geschiedenis bisdom Roermond
Het huidige (tweede) bisdom Roermond is (her)opgericht in 1853 en komt overeen met de grenzen van de provincie Limburg. Reeds sinds 1559 bestond het (eerste) bisdom Roermond, maar ook hieraan ging een hele kersteningsgeschiedenis vooraf.

Het gebied van en rond de huidige provincie Limburg werd in de 3de en 4de eeuw gekerstend vanuit het Rijn- en Maasland. De eerst-bekende bisschop was de heilige Maternus. Vanaf ongeveer 320 kende de Civitas Tungrorum (het huidige Tongeren in Belgie) eigen bisschoppen. Eén van de eerste was de heilige Servatius, die in 384 te Maastricht begraven werd. Verschillende bisschoppen verbleven vaak in deze stad, onder wie de heiligen Monulfus en Gondulfus (6de en 7de eeuw) en Hubertus. De heilige Lambertus (bisschop van 701-727) verplaatste de Maastrichtse bisschopszetel naar Luik. Zo komt het dat grote delen van met name het zuidelijk deel van het huidige Limburg reeds vanaf de 8ste eeuw gingen toebehoren tot het bisdom Luik en dit bleven tot in de 19de eeuw.
In het Limburgse Maasdal, zeg maar het huidige Noord- en Midden-Limburg, missioneerden in de 8ste eeuw de heiligen Wiro en Plechelmus (+ St. Odilienberg, resp. 710 en 732) en Willibrordus (+ Utrecht, 739). Dit gebied behoorde vanaf de 10de eeuw eveneens tot het bisdom Luik, met uitzondering van gedeelte in het noorden dat de aartsbisschop van Keulen toebehoorde.

Een aantal gebiedsdelen van het huidige Limburg, met name de voormalige Keulse gebieden en enkele Luikse delen, gingen in de loop van de 16de eeuw tot een nieuw bisdom behoren: Roermond. Dit (eerste) bisdom Roermond werd opgericht op 12 mei 1559, als onderdeel van de kerkprovincie aartsbisdom Mechelen. De eerste bisschop was Wilhelmus Lindanus (oftewel Willem van der Lindt). Het bisdom bestond uit een lappendeken aan gebiedsdelen, steeds doorkruist door gebieden die bleven toebehoren aan het bisdom Luik en het bisdom Keulen.

Op 26 november 1801 werd dit bisdom Roermond opgeheven. Het grootste deel werd weer bij het bisdom Luik gevoegd, een ander deel bij het nieuw opgerichte bisdom Aken. Opmerkelijk was dat een klein noordelijk gebiedsdeel van het huidige Limburg tussen 1801 en 1824 vanuit Grave (bij Nijmegen) werd verder bestuurd door de voormalige bisschop van Roermond als apostolisch-vicaris van Grave. In dat jaar kwamen deze gebieden en enkele jaren eerder, door de opheffing in 1821 van het bisdom Aken, de resterende gebiedsdelen van de huidige provincie Limburg toe aan de bisschop van Luik.

Deze situatie duurde nog geen twintig jaar. Vanwege de scheiding tussen Nederland en Belgie in 1839 was het noodzakelijk geworden om in de nieuwe Nederlandse provincie Limburg een eigen kerkelijk bestuur in te richten. Dat gebeurde op 2 juni 1840 met de instelling van het apostolisch-vicariaat Limburg. Deken Johannes Paredis werd op 24 november apostolisch vicaris en titulair-bisschop van Hirene. Als zodanig werd hij op 30 juni 1841 gewijd te Roermond.

In 1853, met het herstel van de bisschoppelijke hierarchie in Nederland werd het mogelijk om bisdommen op te richten. Zo werd het vicariaat Limburg na twaalf jaar herdoopt tot het (tweede) bisdom Roermond, ditmaal als onderdeel van de kerkprovincie aartsbisdom Utrecht.

Zo werd de oude zetel van Roermond uit 1559 (die stand had gehouden tot 1801) hersteld en kon de Sint-Christoffelkerk in Roermond haar functie van kathedraal (bisschopskerk) na 42 jaar weer terugkrijgen, een functie die deze kerk sinds 1661 vervulde. Hier staat tot op de dag van vandaag de cathedra, de bisschopszetel, zij het in een hedendaags model.

 

Restauratie Regionaal Historisch Centrum Limburg


Op 8 november 1996 opende Z.K.H. Prins Willem-Alexander officieel het geheel verbouwde Rijksarchief Limburg. Sindsdien beschikken ze over een gebouw waarin oude en nieuwe bouwelementen op harmonieuze en contrasterende wijze met elkaar zijn verbonden.

Begin 1879 kreeg de rijksbouwkundige Jacobus van Lokhorst de opdracht om de Minderbroederskerk te verbouwen tot archief en bibliotheek. Architect Pierre Cuypers maakte plannen voor de totale restauratie van de kerk. Bij de herstelwerkzaamheden vormde de zeventiende-eeuwse koepel op de Sterre der Zeekapel een probleem. In de ogen van Cuypers vormde de barokke koepel ‘in jezuïetenstijl’ een inbreuk op het gotische karakter van de kerk. Met toestemming van de Minister van Binnenlandse Zaken werd de koepel in 1880 afgebroken en werden de gewelven en het dak van de kapel in gotische stijl herbouwd.

Eind 1881 werd een gedeelte van de kerk als archief in gebruik genomen. In december werden de archieven van het rijksarchief vanuit de Lenculenstraat verhuisd. Het stadsarchief en de bibliotheek van Maastricht verhuisden in 1884 ook naar de Sint Pieterstraat. In dat jaar werden de depots en kantoorruimten voorzien van speciaal ontworpen meubilair in neogotische stijl. Daarvan zijn nu nog enkele kasten, tafels en stoelen te zien in de Sterre der Zeekapel. De kloostergebouwen bleven tot 1917 ingericht als kazerne. In dat jaar werd de Tapijnkazerne opgeleverd. Daarna is in het kloostercomplex onder meer een zuurkoolfabriekje geweest, een atelier van de kunstenaar Charles Vos en is er een werkplaats geweest voor blinden en voor mensen die herstelden van TBC.

In de jaren dertig van de vorige eeuw werden herhaaldelijk noodkreten geslaakt over ruimtegebrek en verwaarlozing van de gebouwen. Na een jarenlange zoektocht naar geldbronnen kon de toenmalige rijksarchivaris Panhuysen in 1939 eindelijk de eerste steen leggen voor de restauratie en uitbreiding van het archief. Door het uitbreken van de oorlog liepen de bouw en vooral de inrichting vertraging op. De werkzaamheden waren pas eind 1941 voltooid. In december nam het Rijksarchief Limburg de gebouwen stilletjes in gebruik. De kloostergebouwen waren echter zo in verval geraakt dat de oorspronkelijk zuid- en oostvleugel van het klooster geheel moesten worden afgebroken. De vleugel langs de Sint Pieterstraat werd gereconstrueerd naar de achttiende-eeuwse staat. Na de oorlog bleef de Minderbroederskerk nog lange tijd met fraaie neogotische kasten ingericht als archiefdepot. Begin 1962 werden de gewelven gerestaureerd. In de zijbeuken kwamen voor die tijd moderne archiefstellingen te staan.

Vanaf 1980 werden plannen gemaakt voor de uitbreiding van het Rijksarchief Limburg. Daarbij is ook onderzocht of het rijksarchief niet beter naar een andere locatie in Maastricht kon worden verplaatst, waarbij onder andere gedacht werd aan Randwyck. Gelukkig werd in 1984 besloten de uitbreiding te realiseren op de bestaande locatie aan de Sint Pieterstraat, onder het motto: ´het gebruik van een monument is zijn behoud´. Bij de laatste restauratie van de Minderboederskerk (1995-1996) werd in het koorgedeelte een ondergronds auditorium gebouwd. Het middenschip van de kerk en de zijbeuken werden ingericht als studiezaal.

Onder de tweede binnentuin zijn nieuwe ondergrondse archiefdepots gebouwd. Pal naast de Minderboederskerk zijn drie depotlagen gerealiseerd tot een diepte van 10 meter. Een saillant detail is dat de onderste depots op een dieper niveau liggen dan de bedding van de Jeker. Dit riviertje stroomt daar als het ware bovenlangs. In het najaar van 1994 waren de nieuwe depots klaar. Archieven en collecties zijn in verrijdbare stellingen geplaatst. Een grote installatie zorgt voor een ideaal klimaat, met een constante temperatuur en luchtvochtigheid. De maximale capaciteit van de depots is 25,3 km. Inmiddels is 18 km planklengte bezet.

Website laten maken
door Best4u Group
home documentenwacht diensten nieuws documentenwacht contact